Tijdlijnen koningen
  Gebeurtenis   Juliaanse darum   Juliaans jaar   Joods   Joods Jaar   Juliaans nummer   Counter
  Jaarweken begin   19 Oktober   455 bc   22 Tishri   3307   1555525.5  
  Geboorte Jezus   30 Augustus   002 bc   01 Tishri   3760   1720933.5
  Doop Jezus   06 Oktober   029 ad   10 Tishri   3790   1731928.5   010995 dagen na geboorte
  Dood Jezus   03 April   033 ad   14 Nisan   3793   1733203.5   001275 dagen na doop
  Doop Cornelius   29 september   036 ad   20 Tishri   3796   1734478.5   001275 dagen na dood





7 Weken 49 jaar       62 Weken 434 jaar                                 (rechts groen) 2 halve weken maken 2x 3 ½ jaar= 7 jaar (1 jaarweek)
Leviticus 23 betreffende de 7e maand Tishri
De 01e dag (01Tishri) Feest der trompetten.
De 10e dag (10Tishri) Verzoendag.
De 15e dag (15Tishri) Loofhuttenfeest 7 dagen
De 22e dag (22Tishri) Plechtige vergadering
Welkom, voor vragen mail naar.. dhr.augustinus@kpnmail.nl

Leviticus 23
23 Vervolgens zei Jehovah tegen Mozes: 24 ‘Zeg tegen de Israëlieten: “De eerste dag van de zevende maand moet een dag van volledige rust zijn, een herdenking die wordt aangekondigd met trompetgeschal, een heilige bijeenkomst. 25 Jullie mogen dan geen zwaar werk doen en jullie moeten een vuuroffer aan Jehovah aanbieden.”’ 26 Jehovah zei verder tegen Mozes: 27 ‘Maar de tiende dag van deze zevende maand is de Verzoendag. Jullie moeten een heilige bijeenkomst houden, en jullie moeten die in rouw doorbrengen en een vuuroffer aan Jehovah aanbieden. 28 Op die dag mag je geen enkel soort werk doen, want het is een verzoendag, waarop verzoening voor jullie gedaan wordt vóór Jehovah, je God. 29 Iedereen die deze dag niet in rouw doorbrengt, moet uit zijn volk worden verwijderd. 30 Iedereen die op die dag toch werkt, zal ik uit het midden van zijn volk wegvagen. 31 Jullie mogen dan geen enkel soort werk doen. Het is een blijvend voorschrift van generatie op generatie, waar jullie ook wonen. 32 Het is een sabbat voor jullie, een dag van volledige rust, die jullie in rouw moeten doorbrengen, vanaf de avond van de negende dag van de maand. Jullie moeten van avond tot avond sabbat houden.’ 33 Daarna zei Jehovah tegen Mozes: 34 ‘Zeg tegen de Israëlieten: “Op de 15de dag van deze zevende maand is het Loofhuttenfeest voor Jehovah, zeven dagen lang. 35 Op de eerste dag moet er een heilige bijeenkomst zijn, en jullie mogen dan geen zwaar werk doen. 36 Zeven dagen moeten jullie Jehovah een vuuroffer aanbieden. Op de achtste dag moeten jullie een heilige bijeenkomst houden, en jullie moeten een vuuroffer aan Jehovah aanbieden. Het is een plechtige vergadering. Jullie mogen dan geen zwaar werk doen.


37 Dat zijn de periodieke feesten voor Jehovah, die jullie als heilige bijeenkomsten moeten afkondigen en waarop jullie Jehovah een vuuroffer moeten aanbieden: het brandoffer, het graanoffer dat bij het slachtoffer hoort en de drankoffers, volgens het dagelijkse schema. 38 Die offers komen nog bij alles wat er op de sabbatten van Jehovah geofferd wordt en bij jullie geschenken, jullie gelofteoffers en jullie vrijwillige offers, die jullie aan Jehovah horen te geven. 39 Maar op de 15de dag van de zevende maand, wanneer jullie de opbrengst van het land hebben binnengehaald, moeten jullie zeven dagen lang het feest voor Jehovah vieren. Op de eerste dag is er volledige rust en ook op de achtste dag is er volledige rust.

40 Op de eerste dag moeten jullie de vruchten van prachtige bomen nemen, de bladeren van palmbomen, de takken van loofbomen en populieren uit het dal, en jullie moeten zeven dagen lang vrolijk zijn vóór Jehovah, jullie God. 41 Jullie moeten het zeven dagen per jaar als een feest voor Jehovah vieren. In de zevende maand moeten jullie het vieren; het is een blijvend voorschrift van generatie op generatie. 42 Zeven dagen lang moeten jullie in loofhutten wonen. Alle geboren Israëlieten moeten in de loofhutten wonen, 43 zodat toekomstige generaties weten dat ik de Israëlieten in hutten heb laten wonen toen ik ze uit Egypte leidde. Ik ben Jehovah, jullie God.”’ 44 Dat vertelde Mozes aan de Israëlieten over de periodieke feesten voor Jehovah.


Dionysius
In de tijd dat Jezus werd geboren gebruikte niemand een kalender die de tijd in jaren voor of na Zijn geboorte weergaf. De kalender die we tegenwoordig gebruiken en ons vertelt dat wij nu in bijvoorbeeld het jaar 2022 leven, werd pas 500 jaar na de geboorte van Jezus uitgevonden. Want in 533 ad. vond Dionysius het idee van een “christelijk tijdperk” uit, een idee waarmee hij de tijd voor en na de geboorte van Jezus berekende. Hij noemde dat jaar 533 ad. omdat hij de geboorte van Jezus 533 jaar eerder vaststelde.

Dionysius berekende dat Jezus aan het einde van het jaar 1 bc. (zoals hij dit noemde) geboren is. Het eerste volle jaar na de geboorte van Jezus noemde Dionysius “in het jaar des Heeren”, Anno Domino 1, ofwel 1 ad. Uiteraard bestond het jaar nul niet, omdat nul in die tijd geen getal was. Daarom sprong zijn kalender meteen van 1 bc. naar 1 ad.

Alle historici zijn het er vandaag de dag mee eens dat Dionysius een fout heeft gemaakt met het geboortejaar van Jezus. Hij vergiste zich zelfs door te denken dat Jezus op 25 december geboren was, want de herders in Palestina bevonden zich zo laat in het jaar niet meer op het veld. Lukas 2:8 zegt ons dat op de nacht van de geboorte van Jezus de engelen de geboorte van Jezus aan herders is een nabijgelegen veld aankondigden. De meeste historici zeggen dat Jezus waarschijnlijk niet later dan oktober geboren is.

Wij zullen in bewijslast aandragen waarmee we bewijzen dat Jezus in 2 bc. geboren is, op het moment van het Feest van de Bazuinen (Rosh Hashana), dat op 1 Tishri valt. Het betreffende Feest valt in onze kalender elk jaar op een andere datum, net zoals het geval is met Pasen en Pinksteren. Dit omdat deze dagen door de joden berekend worden volgens de maankalender.


Het gebod van keizer Augustus
De Bijbel biedt ons een paar historische details over de geboorte van Jezus. Deze details helpen ons om de datum van Zijn geboorte te bepalen. Lukas 2:1 zegt, En het geschiedde in die dagen dat er een gebod uitging van keizer Augustus dat heel de wereld ingeschreven moest worden.

Keizer Augustus kwam op 23 september in het jaar 63 bc. als Octavianus ter wereld. Hij was de aangenomen zoon van keizer Julius (Julius Ceasar), die op de 15e van maart (Idus Martiae) in 44 bc. gedood werd. Octavianus was toen nog maar 18 jaar. Het jaar daarop werd Octavianus Consul van Rome, dat een tweejarige aanstelling was. Hiermee werd het begin van zijn politieke carrière in Rome gemarkeerd. Enkele jaren later werd hij op 16 januari 27 bc. uitgeroepen tot keizer van Rome en kreeg hij de titel keizer Augustus. Hiermee kwam de Romeinse Republiek ten einde en ontstond het Romeinse Rijk. Augustus regeerde vele jaren met veel bekwaamheid. Ten slotte stierf hij op 19 augustus 14 ad. dat op de dag af precies 56 jaar na zijn aanstelling als Consul in Rome in 43 bc. was.

De oorlogen van Rome kwamen na 7 bc. ten einde en er leek een Gouden Eeuw van vrede voor heel het Rijk aan te breken. Vele soldaten werden van 7 tot 2 bc. ontslagen van militaire dienst. De Romeinse dichter Vergilius had voor die tijd een Gouden Eeuw van vrede en voorspoed voorspelt. Dus toen de Tempel van Janus dichtging (waarmee de vrede binnen heel het rijk werd weergegeven), was overal een verhoogde graad van optimisme en vertrouwen aanwezig. Augustus werd beschouwd als Romeinse “vredevorst”.

Ten slotte beloonde de Romeinse Senaat op 5 februari 2 bc. Augustus met de titel Pater Patriae, “Vader des Vaderlands”. Hierover schreef keizer Augustus in zijn boek Res Getae, paragraaf 35, dat geciteerd wordt op pag. 19 van het boek Roman Civilization van Lewis en Reinhold. het volgende,
Toen ik mij in mijn dertiende jaar van functie als consul bevond, gaf de senaat, de ridderorde en de gehele Romeinse bevolking mij de titel van “Vader des Vaderlands”.
Toen de Romeinse Senaat deze aankondiging deed, gaven zij voor het hele Romeinse Rijk een gebod uit, dat iedereen die onder de autoriteit van Rome stond, ook hun toestemming van deze aankondiging moesten registreren en eveneens een eed van trouw moesten zweren aan Augustus. Dit is de inschrijving of registratie die in Lukas 2:1 wordt aangehaald, waardoor Jozef en Maria in Bethlehem terecht kwamen en waar Jezus geboren werd.


Toen Cyrenius over Syrië stadhouder was
Lukas vertelt ons ook dat deze inschrijving plaats vond “toen Cyrenius over Syrië stadhouder was” (Luk. 2:2). Deze verklaring heeft bij vele Bijbelgeleerden voor verwarring gezorgd; dit omdat zij geen volktelling kunnen vinden die van 7 bc. tot 1 bc. plaats vond. Ook is er geen bewijs te vinden dat Cyrenius voorafgaand aan 6 of 7 bc. over Syrië stadhouder was. Vanwege deze reden hebben critici lang aangenomen dat Lukas de historische feiten onjuist heeft weergegeven, waarmee de inspiratie van de Schriften in diskrediet werd gebracht. Nieuw bewijs is echter boven komen drijven, waarmee niet alleen de verklaring van Lukas wordt bevestigd, maar ook dat de geboorte van Jezus in 2 bc. plaats vond, in plaats van 4 of 5 bc. dat doorgaans aangenomen wordt. De bekende stadhouders over Syrië in die tijd waren:

Titius 07 bc tot en eerder
Varus 06 bc tot 04 bc
Saturninus 04 bc tot 02 bc
Varus 02 bc tot 01 ad   leegte van mei in jaar 2 bc. tot november 2 bc.
Quirinius 06 ad tot 07 ad   volkstelling


Volgens de Romeinse geschiedenis was Cyrenius (in het Latijn: Quirinius) in 6 of 7 ad. stadhouder over Syrië en hij voerde datzelfde jaar een volkstelling uit met belastinginning als doelstelling. Deze datum is overduidelijk veel te laat voor de geboorte van Jezus. Toch was er een jaar waarin het mogelijk was dat Quirinius luitenant stadhouder van Syrië is geweest. Dit was in de zomer van 2 bc. tussen Saturninus en het tweede stadhouderschap van Varus.

Historische documenten tonen aan dat Saturninus zich in mei van het jaar 2 bc. nog steeds in Syrië bevond. Vervolgens is er een historische leegte in de documenten tot november waar we als eerste iets tegen komen over Varus die zich in Syrië bevindt. Wat er in de zes maanden van mei tot november in 2 bc. is gebeurd is onbekend. We weten wel dat Quirinius op het gebied van inschrijving en belasting de specialist van de keizer was. Ook weten we dat Quirinius rond de tijd van de geboorte van Jezus naar Syrië en Palestina gestuurd is onder de titel van procureur (zie hoofdstuk 34 van het boek van Justinus de Martelaar: First Apology).

Eigenlijk was Quirinius in de tijd van de geboorte van Jezus officieel geen “stadhouder”.” Hij was geen stadhouder, maar de procureur. De “Cambridge Ancient History”, Vol. X, pag. 216 zegt het volgende, Elke provincie had haar eigen procureur, die in de ogen van de provincialen net zo belangrijk als de stadhouder zelf was.
Dit toont aan dat de stadhouder en de procureur twee verschillende personen waren, hoewel beiden erg belangrijk. Quirinius was de procureur toen Jezus geboren werd, net zoals vele jaren later Pilatus de procureur was toen Jezus gekruisigd werd.


Dr. Ernest Martin doet een suggestie in zijn boek: “The Star that Astonished the World”, de editie uit 1996, pag. 197 naar demeest waarschijnlijke oplossing. Ik ben van mening dat dit de sleutel is waarmee wij deze geschiedenis kunnen verklaren. Rond de tijd van Augustus bestond er nog geen vast gebruik voor stadhouders om op een bepaald moment in het jaar hun provinciale zetel van autoriteit in te nemen. Voor 1 mei 58 bc. verliet Cicero de provincie … Dit voorbeeld toont aan dat op sommige momenten in de zomer de provincie geen zittende stadhouder had. Uiteraard had dan waarschijnlijk een luitenant een zekere mate van autoriteit.

Atkinson laat ons in feite zien dat het gebruikelijk was om in de zomermaanden geen provinciale stadhouder te hebben. Misschien was dit ook wel het geval in de overgangsperiode van Saturninus tot Varus. Daarnaast was er een goede reden voor Saturninus en Varus om in de zomer van 2 bc. in Rome te zijn… Het was het Zilveren Jubileum vanaf de troonbestijging naar volledige macht van Augustus en het was het jaar waar hij al Pater Patriae benoemd werd. Dit jaar werd beschouwd als het toppunt van de Augustijnse Vrede.

Dr. Martin toont aan dat dit in de zomer van 2 bc. gebeurde, de zomer waarin keizer Augustus zijn Zilveren Jubileum vierde – ofwel, 25 jaar na zijn benoeming van keizer in 27 bc. Eveneens was het, het 750e jaar nadat Rome gesticht was. Op 5 februari benoemde de Romeinse Senaat hem als “Vader des Vaderlands” ter ere van zijn Zilveren Jubileum. De hoofdmaand van dit feest was Augustus, de maand die na de keizer zelf vernoemd was.

Als alle hoogwaardigheidsbekleders die zomer in Rome hadden willen zijn (wat goed zou zijn voor hun politieke carrière), dan zouden zowel Saturninus en Varus zich onder hen bevinden. Noch de aftredende Saturninus, noch de beginnende Varus zouden dit feest in Rome willen missen. Daarnaast was het de periode van ongekende vrede en konden zij gedurende die zomermaanden Syrië in de handen van een luitenant stadhouder en procureur overlaten.

Dr. Martin legt op pagina 197-198 van zijn boek uit hoe dit bereikt kon worden. Quirinius was toen in Syrië om zijn rol als procureur uit te voeren door alle mensen in te laten inschrijven. Omdat Quirinius een hoge rang had en omdat de provincie aan alle kanten beveiligd was en er vrede heerste, was er geen enkele reden waarom Quirinius niet als opperbevelhebber werd aangesteld terwijl hij zijn verantwoordelijkheden als procureur uitoefende.

Toen Saturninus in de late lente van 2 bc. naar Rome ging bleef Quirininus tot oktober (of iets in die buurt) als totale bestuurder achter. Vanwege deze uitleg kunnen we concluderen dat Quirinius de tijdelijke stadhouder van de provincie van Syrie is geweest. Hier zegt dr. Martin heel duidelijk dat de enige keer dat Quirinius Syrië bestuurde, voorafgaand aan 6 ad. de zomer en de vroege herfst van 2 bc. was. Ook zegt hij dat Quirinius in 2 bc. in Syrië was vanwege zijn registratie (telling), zodat de Romeinse Senaat de goedkeuring verkreeg om Augustus als Pater Patriae te benoemen.



FEESTEN zijn gelegenheden tot vreugde, zoals wij lezen in Deuteronomium 16:14, waar staat: „Gij zult u verheugen op uw feest.” Dit geldt in het bijzonder als een feest tot lof van Jehovah, de Almachtige God, wordt gevierd. Toen Jehovah zijn volk in het jaar 1513 v.G.T. tot een natie organiseerde, gaf hij hun vele feesten. Ze staan vermeld in Leviticus, hoofdstuk 23. Iedere zevende dag was een sabbat, een dag van volkomen rust, „een heilige samenkomst”. Het pascha werd op 14 Nisan gevierd, gevolgd door het feest der ongezuurde broden, dat zeven dagen duurde. Vijftig dagen na 16 Nisan, als de eerstelingen van de gerstoogst werden geofferd, was het feest der weken, ook bekend als het pinksterfeest. Op de eerste dag van de zevende maand was het feest der bazuinen en op de tiende dag vierde het volk de Grote Verzoendag.

Daniël 9
24 Er zijn voor je volk en je heilige stad 70 weken vastgesteld om de overtreding te beëindigen, om een eind te maken aan zonde, om verzoening te doen voor fouten, om eeuwige rechtvaardigheid te brengen, om het visioen en de profetie te verzegelen en om het heilige der heiligen te zalven. 25 Je moet dit weten en begrijpen: vanaf het moment dat het woord uitgaat om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen tot Messi̱as de Leider zullen er 7 weken voorbijgaan en ook 62 weken. Ze zal hersteld en herbouwd worden, met een plein en een gracht, maar in moeilijke tijden. 26 Na de 62 weken zal de Messi̱as worden verwijderd, met niets voor zichzelf.Het volk van een leider die komt, zal de stad en de heilige plaats vernietigen. Het einde ervan zal zijn door de vloed. En tot het einde zal er oorlog zijn, er is besloten tot verwoestingen. 27 Hij zal het verbond voor de velen één week van kracht laten blijven. Op de helft van de week zal hij slachtoffer en offergave laten ophouden. Op de vleugel van walgelijke dingen zal degene komen die verwoesting veroorzaakt, en tot aan de vernietiging zal wat besloten is ook worden uitgestort over degene die woest ligt.’

Dat was nog eens goed nieuws! Niet alleen zou Jeruzalem herbouwd worden en zou de aanbidding hersteld worden in een nieuwe tempel, maar ook zou op een specifieke tijd „Messias de Leider” verschijnen. Dit zou gebeuren binnen „zeventig weken”. Aangezien Gabriël het niet over dagen heeft, zijn dit geen weken van zeven dagen elk, wat zou neerkomen op 490 dagen — niet meer dan één jaar en vier maanden. De voorzegde herbouw van Jeruzalem „met een openbaar plein en een gracht” nam veel langer in beslag. De weken zijn jaarweken. Dat iedere week zeven jaar zou duren, wordt in een aantal moderne vertalingen geopperd. Zo is „zeventig jaarweken” een weergave in een voetnoot bij Daniël 9:24 in Tanakh — The Holy Scriptures, uitgegeven door The Jewish Publication Society. An American Translation luidt: „Zeventig jaarweken zijn bepaald voor uw volk en voor uw heilige stad.” Soortgelijke weergaven zijn te vinden in de vertalingen van Moffatt en Rotherham.