Natuurlijke en kommagetallen delen door 10 - 100 - 1000 - 10000 en door 5 - 50 - 25. (Kompas 5 week 19b1) © Johan Lagae

Vul de juiste oplossing in het 'venster' in.

Let goed op dat je correct typt.
De computer houdt ook rekening met spaties.
Gebruik als komma een echte komma.
Natuurlijke en kommagetallen delen door 10 - 100 - 1000 - 10000 en door 5 - 50 - 25. (Kompas 5 week 19a)

1. Kijk goed en los op.

KHR5,19b1,1.png
Bij een firma kun je balpennen bestellen in pakjes.
Hoeveel pakjes van 5, 10, 25, 50 of honderd kan men maken met een gegeven aan balpennen?

1000 : 5 =
5000 : 5 =
2500 : 5 =

1000 : 10 =
5000 : 10 =
2500 : 10 =

1000 : 25 =
5000 : 25 =
2500 : 25 =

1000 : 50 =
5000 : 50 =
2500 : 50 =

1000 : 100 =
5000 : 100 =
2500 : 100 =


2. Los op.

9780 : 10 =
8900 : 10 =
3425 : 10 =

15000 : 10 =
7,5 : 10 =
649,5 : 10 =

94,65 : 10 =
0,25 : 10 =
58 : 10 =

3. Los op.

3700 : 100 =
28000 : 100 =
1690 : 100 =

394 : 100 =
72 : 100 =
9,5 : 100 =

8 : 100 =
0,6 : 100 =
320,5 : 100 =

4. Los op.

920 : 10 =
920 : 5 =

47 : 10 =
47 : 5 =

16,2 : 10 =
16,2 : 5 =

8,34 : 10 =
8,34 : 5 =

0,06 : 10 =
0,06 : 5 =

5. Los op.

7300 : 100 =
7300 : 50 =

6,5 : 100 =
6,5 : 50 =

520 : 100 =
520 : 50 =

814 : 100 =
814 : 50 =

0,9 : 100 =
0,9 : 50 =